voor alle Belgische Herder liefhebbers

Statuten

Article Index

Artikel 11. Toelating van leden

1. Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
2. Zij aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd kunnen als lid worden geweigerd.
3. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden vóór het houden van een Algemene Vergadering wordt ontvangen.
4. Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staat daartegen binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Vergadering open. De Algemene Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.

Artikel 12. Aanvang van het lidmaatschap

1. Het lidmaatschap van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden vangt, onverminderd het bepaalde in artikel 9, tweede lid, en artikel 10 derde lid, aan met de dag volgende op hun toelating.
2. Het lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.

Artikel 13. Einde van het lidmaatschap

Het lidmaatschap eindigt:

a. door de dood van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting.

Artikel 14. Opzegging door het lid

1. Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.
2. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de dag die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.
3. Indien het lidmaatschap niet is opgezegd voor 1 december van enig jaar is de contributie voor het volgend jaar te voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.

Artikel 15. Opzegging door de vereniging

1. Opzegging door de vereniging is slechts mogelijk indien:

a. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;
b. aan het lid door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd;
c. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

2. De opzegging geschiedt door het bestuur.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a, wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
4. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.
5. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep op de Algemene Vergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht.
6. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit wordt genomen, en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen.
7. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.